|
||||||||||||||||||||||||||
|
Fietstipkaart: Schakelprobleem aanpakken
Problemen met schakelen? U hoort bijvoorbeeld een ratelend geluid, of de versnelling verspringt vanzelf zonder dat u de schakelaar gebruikt? Dan zijn de versnellingen meestal niet goed afgesteld, is er slijtage en/of een technisch defect. Tekst: Jan Kampers - Illustraties: Andy Steer VERSNELLINGEN
Naafversnelling: schakel de fietsenmaker in. Derailleurvernelling: hierbij is het gemakkelijker waarneembaar waar de storing zit. Indien de afstelling goed is en de ketting bij krachtzetten doorschiet over het tandwiel, moet deze worden vervangen. Let op dat de ketting gelijktijdig met het tandwiel moet worden vernieuwd. KABEL Mogelijk is de versnellingskabel (tussen de stuurschakelaar en de derailleurof versnellingsnaaf, oftewel het versnellingsmechanisme) door het gebruik wat uitgerekt, waardoor hij niet meer zo nauwkeurig zijn werk doet. De kabel moet in dat geval strakker worden aangespannen. De meeste schakelsystemen hebben daarvoor een afstelmogelijkheid waarmee u de kabel iets strakker (of iets losser) kunt zetten. Doe dat in kleine stapjes en experimenteer tijdens het fietsen tot u de juiste stand heeft gevonden. AFSTELLEN VAN DE VERSNELLINGSNAAF Bij een versnellingsnaaf geeft de stand van het kettinkje in de naaf, streepjes of een merktekentje de juiste afstelling aan. Doorgaans moet dan eerst één van de versnellingen worden ingeschakeld. In de instructiepapieren staat welke versnelling en waar u de streepjes of het merkteken kunt vinden en wat de juiste stand dan is. Hieronder de afstellingen van de meest voorkomende systemen.
SRAM (Sachs) 3-versnellingsnaaf
Zet de schakelaar in de derde versnelling. Draai aan de trapas zodat de versnelling goed inschakelt. Duw het lipje van de kabelspanner achter bij de naaf in en druk de kabel strak en let erop dat hij niet doorhangt.
Shimano 3-vernellingsnaaf
Zet de schakelaar in de tweede versnelling. Draai de borgmoer aan het schakelmechanisme bij de achternaaf los. Draai aan de kabelspanner tot het gele balkje tussen de twee gele strepen in het venstertje staat.
Shimano 4- en 7-versnellingsnaaf
Zet de schakelaar in de vierde versnelling. Open de kettingkast aan de achterzijde. Controleer of aan de achternaaf de beide rode controle merktekens precies tegenover elkaar staan. Draai desgewenst het stelmoertje aan de kabel tot de juiste afstelling is bereikt. Schakel een paar keer en controleer in de vierde versnelling of de streepjes nog tegenover elkaar staan, stel het zonodig nog een keer af AFSTELLEN VAN DE DERAILLEURVERSNELLING
De achterderailleur moet zodanig zijn afgesteld dat bij het schakelen naar het grootste en naar het kleinste tandwiel de ketting er niet afloopt. Met de twee stelschroeven op de derailleur kan de begrenzing worden ingesteld. Deze controleert u door uw fiets op te hangen. Draai de trappers rond en schakel naar het kleinste tandwiel achter, de ketting op het buitenste tandwieltje.
De kettinggeleidewieltjes van de achterderailleur moeten nu exact in lijn liggen met het kleinste tandwiel. Met behulp van de binnenste stelschroef (soms aangeduid met L) kan de derailleur in de juiste positie worden afgesteld. Nu de ketting schakelen naar het grootste tandwiel achter (voor de ketting op het binnenste tandwiel). De kettinggeleidewieltjes van de achterderailleur moeten nu exact in lijn liggen met het grootste tandwiel achter. Met behulp van de buitenste stelschroef (soms aangeduid met H) kan de derailleur in de juiste positie worden afgesteld. Tenslotte de ketting vóór op het grote buitenste tandwiel schakelen en achter in het midden op de derde of vierde versnelling. De ketting mag bij het ronddraaien niet ratelen.
Door de kabelversteller aan de achterderailleur telkens een kwartslag te draaien, kan de juiste stand worden ingesteld waarbij de ketting precies in het midden licht en zonder ratelen over het tandwiel draait.
De vóórderailleur stellen we af als deze ingeschakeld is op het middenblad. Zet hem daarvoor in stand 2. Schakel dan de achterste versnelling zodanig dat hij op het middelste tandkransje komt te liggen. Draai nu de kabelversteller aan de linker stuurschakelaar tot de ketting exact midden in de schakelkooi loopt. Probeer daarna de versnelling nog uit door naar het kleine tandwiel en het grootste tandwiel te schakelen. De ketting mag dan niet tegen de kooi aanlopen anders moet door met de kabelverstelling de juiste stand worden gezocht.
|
|
||||||||||||||||||||||||
| COPYRIGHT ANWB 2010 -disclaimer | ||||||||||||||||||||||||||