Blik op wolven en de nieuwe film Wolf

Film Wolf
Foto: Cees van Kempen

“Als iemand roept: we willen geen wolven, wolven zijn moordenaars. Dan denk ik: we gaan een miljoen planten- en diersoorten kwijtraken. Nul op rekening van de wolf, een miljoen op rekening van ons.” Het raakt filmmaker Cees van Kempen voelbaar in de kern. “Als het dan om de film gaat, dan hoop ik bij te dragen aan beeldvorming voor het grote publiek. Wie zich er niet echt in verdiept heeft, maar het wel graag wil zien.” Cees bracht met hart en ziel wolven in Nederland in beeld met zijn nieuwe film Wolf. Een film die wat betreft de hoofdrolspeler vele mensen en meningen raakt, maar door Cees vooral bedoeld is als een echt mooie natuurfilm.

In Toeractief was al te lezen hoe de wolf hier van oudsher leefde, door menselijk handelen werd verdreven en nu dankzij natuurbescherming de weg terug naar zijn voormalig leefgebied vindt. Een spannend onderwerp, met het roodkapjesyndroom dat in veel mensen leeft en de soms uitgesproken reacties die het dier teweegbrengt. De een vindt de terugkeer van de wolf prachtig, de ander verafschuwt zijn aanwezigheid. Veehouders, wandelaars en boswachters hadden al regelmatig met het dier te maken. We vroegen Cees naar zijn ervaringen en inzichten rondom de wolf in Nederland, en natuurlijk naar het proces rondom zijn film Wolf.

Moeten we ons zorgen maken om de wolf die is teruggekeerd?

“Als je het plaatst in de brede context waar we in zitten, dan denk ik: als we ons met z’n allen druk maken om global warming en over een stijgende zeespiegel, dan moet je niet gaan zeuren over die wolf, dat is één en hetzelfde. Het is gewoon respectloos omgaan met de natuur.”

Vormt de komst van de wolf een bedreiging voor onze natuur? Kan er bijvoorbeeld een overschot aan wolven ontstaan?

“Voor de natuur zijn het er nooit teveel. Het is onmogelijk dat door de wolf natuurlijke systemen instorten. De wolven gaan nooit alles opeten, dat kan niet. Als dat zo zou zijn, zouden wolven, zwijnen en herten het nooit gered hebben, voordat wij vonden dat we het moesten gaan regelen hier in het land. Bovendien zou het biologisch ook een heel stom principe zijn als een roofdier zijn eigen prooidier uitmoordt. De wolf heeft een leefgebied naar de omvang van zijn prooidieren. Als er minder wild voorkomt, moet het territorium vanzelf groter worden om ze in stand te houden. Als daar al wolven zitten, betekent dat dat een van de twee roedels het gaat afleggen. Einde roedel, er is geen plek voor. Dat lost zich vanzelf op.”

Wolven op zoek naar ruimte en voedsel. Daar ligt dan een uitdaging voor bijvoorbeeld veehouders?

“Ja, dat kan leiden tot spanningsvelden met de mens. Wanneer de roedels die moeten vertrekken, denken: toch maar een schaapje vandaag. Dus ja, daar gaan wij last van krijgen. Maar als we die gedachte vat laten krijgen, dan hebben we collectief met z’n allen last van alles. En moeten we eigenlijk de planeet aarde opruimen. Dat is echt de consequentie. De discussie ontstaat nu alleen, omdat de wolf ‘de wolf’ is. Het is gewoon het roodkapjesyndroom, want je kunt dezelfde gesprekken voeren over koolmeesjes. Als je naar de cijfers kijkt, is de schade van koolmeesjes veel groter dan de schade van wolven; er zijn veel meer boerentuinders die daar last van hebben. Alleen die discussie voeren we niet. En die moeten we ook niet gaan voeren. Want als we die gaan voeren, dan voeren we hem over alles.”

Film Wolf
Foto: Cees van Kempen

De getroffen mensen, zoals schapenhouders, kampen natuurlijk met hun verlies.

“Laat ik vooropstellen dat het vraagstuk van de schapen een serieus probleem is voor individuele schapenhouders. Dat is het echt. Ik vind dat daar door de overheid ontzettend laat op geacteerd wordt. Even heel kort samengevat: ik ben begonnen met de film in 2017, toen was de wolf nog niet gevestigd in Nederland. Maar we wisten zeker dat hij kwam. In 2019 hebben wolven zich officieel, volgens onze criteria, in Nederland gevestigd. De overheden zijn nu nog bezig met het uitwerken van de vraag ‘hoe gaan we om met de wolf?’. In mijn optiek heb je dan aardig zitten slapen. En ze zijn er nog niet uit. Maar dan…”

Cees laat een diagram zien waarin alle aantallen dieren per categorie in Nederland worden getoond.

“Je hebt mensen die zeggen: die wolf, wat moeten we ermee? Dat kan toch allemaal niet? Dan wil ik even dit plaatje laten zien voor de context van waar we het over hebben. Een groot vlak beslaat alle varkens, melkkoeien, vleeskoeien, onze honden en katten, en hier ergens zie je een rood streepje. Dat zijn niet alle wolven in Nederland: dat zijn alle in het wild levende zoogdieren in Nederland. Muizen, hazen, konijnen, zeehonden, edelherten, wolven, otters, bevers, reeën, alles samen. Wij krijgen het voortdurend voor elkaar om te praten over de schade die dat dunne streepje aanricht. Als je er reëel naar kijkt, is het eigenlijk om je dood te schamen. Als er iemand van een vreemde planeet komt: je krijgt het niet uitgelegd.”

Hij gaat verder in op de actualiteit.

“Dan naar de schapen. Ons basisbestand bevat ongeveer 850.000 schapen. In het voorjaar zijn het er 500.000 meer. Dat duurt dan een maand of vier, vijf, dan zijn we weer terug bij 850.000. Dat is het lamsvlees, want daar worden de meeste lammetjes voor geboren. Dan heb je het fenomeen verwentelen (een schaap dat op zijn rug terechtkomt en daardoor in levensgevaar raakt, red.). Pakweg 10.000 schapen gaan jaarlijks stikkend op hun rug dood door verwenteling. In sommige delen van het land ligt het probleem meer bij een schaap dat terechtkomt in de sloot. Wanneer dat gebeurt, komt hij er niet meer uit. Heel voorzichtig geschat zijn dat 10.000 schapen die jaarlijks in de sloot verdrinken. Nog 10.000 worden als lammetje gepakt door bijvoorbeeld vossen of door honden. Blijven er nog 820.000 over. Die gaan, op 1.000 na ongeveer, allemaal naar de slacht. Daarvan worden dan schapen door de wolf gepakt. Best veel, maar ja: er gaan er 10.000 stikkend op hun rug dood of verdrinkend in de sloot. Ik heb nog nooit een schapenhouder bij Op1 aan tafel zien zitten om te vertellen hoe zielig dat is voor zijn schapen. En dat hoeft ook niet, dat hoeft echt niet. Je kunt erover discussiëren of dat erg of niet erg is. Maar we moeten wel ontzettend op letten dat we niet collectief achter die 1.000 schapen aanwandelen.”

Ik kan me voorstellen dat het een hele omslag is: van in dat bos staan en uitzoeken hoe een wolf op beeld te krijgen, naar de uiteenlopende reacties van een groot publiek op een film over de wolf.

“Dat is het, maar ik doe het niet alleen. Ik heb een ontzettend goede editor en Lenny die me hielp in het veld. En ik heb ook een aantal mensen leren kennen die eigenlijk hobbymatig aan het fotograferen waren. Zij vonden het zo leuk dat ze me eerst hielpen met ‘Cees, je moet daar zijn’. Vervolgens kwamen ze ook met ‘De wolven waren er en ik heb op de filmknop gedrukt’. Soms is het echt vechten tegen de bierkaai, omdat sommige mensen het helemaal niet leuk vinden dat je met de wolf bezig bent. Je maakt dan bijna per definitie vijanden zonder dat mensen je kennen, omdat je de wolf filmt. Maar het proces in het veld is zo intensief geweest, dat er ook vriendschappen voor het leven door ontstaan zijn, met mensen die ik voorheen niet kende. Dat is een meer dan leuke spin-off.”

Wat hoop je dat de film Wolf onder mensen gaat doen?

“Een groot deel van Nederland heeft een hond. Een van de grote leerpunten voor mij was: echt alles dat wij leuk vinden aan de hond, zit in de wolf. Ze lopen te ravotten achter elkaar aan de waterkant; als wij onze hond uitlaten op het strand en ze beginnen achter elkaar aan te rennen en te stampen door het water, dan worden we blij. Dan vinden we dat mooi. Dat hebben ze van de wolf. Een wolf is heel trouw naar zijn roedel; een hond is heel trouw naar zijn roedel – je eigen familie. Ze doen precies hetzelfde. Een wolf is niet trouw naar de roedel die daarnaast zit. Dat is zijn vijand. Onze hond slaat ook aan als er een vreemde is. Eigenlijk alles dat wij waarderen in het gedrag van onze hond, zit in de wolf. Dus we moeten die wolf eeuwig dankbaar zijn. En je mag ook met die liefde naar die wolf kijken. Het is echt hetzelfde dier, alleen hij heeft geen baasje die Jan Jansen heet en op twee hoog achter in de Kerkstraat woont.”

Film Wolf
Foto: Cees van Kempen

Is er een moment dat onvergetelijk was in het maakproces, dat je voor de rest van je leven bijblijft?

“Jeetje. Ja, maar dat zit niet in de film. Ik heb ’s nachts in het veld gestaan. En ik denk dat het de vaderwolf was die begon te huilen in de verte, begon te roepen naar zijn familie. Dat was zo’n indringende, doordringende, diepe, diepe huil. Dat ik echt met tranen in mijn ogen, met kippenvel daar stond en haast in janken uit kon barsten, zo mooi als het was om dat te horen. En hij bleef maar roepen, ik heb geen idee waarom. Hij kreeg ook antwoord overigens. Ik denk dat hij zeker anderhalve kilometer bij mij vandaan was, en hij kreeg antwoord van andere roedelleden misschien wel vijf kilometer de andere kant uit. Die hoorde ik heel vaag in de verte. Maar hij had iets te communiceren. Joost mag weten wat, maar het was zo’n intense, diepe, voelbare klank. Ik heb het niet vast kunnen leggen, ik was daar gewoon, ik stond daar in mijn eentje onder die sterrenhemel in dat doodstille bos en die wolf was daar aan het huilen. En dat was echt een gevoel… Wauw.”

Voor wie de wolf in het wild hoopt tegen te komen: heb je nog tips om de kans op spotten te vergroten?

“Wat mensen vooral moeten laten: van de gebaande paden afgaan. Bordjes rustgebied zijn er niet voor niets. Verder op tijd je bed uit met het ochtendgloren of het laatste licht, lekker gaan wandelen op de plekken waar je mag komen. En geluk hebben.”

Is er een ander dier waarvan we de terugkeer kunnen verwachten? Een dier dat je na de film Wolf graag in beeld zou willen brengen?

“Ik vind de lynx een hele boeiende, als grote kat. En die komt er ook weer aan. Maar ook dat zal moeilijk zijn, ik weet nog niet of ik die ga doen. Ik ben zo diep gegaan in dit project, dat ik even recuperatietijd nodig heb. Ik laat bewust nieuwe ideeën nog niet toe. Even tot rust komen. Maar de lynx is in kleinere aantallen dan de wolf, nog veel geheimzinniger en met eenzelfde soort opmars bezig. Ook al een paar keer de grens overgestoken. Het zou me niet verbazen als de lynx binnen nu en vijf jaar, of in ieder geval tien jaar, ook in Nederland gevestigd is. Dan krijg je de goudjakhals, die al een aantal keer gezien is. Die komt er ook aan, ook een interessante. Die wordt door sommige mensen als een exoot beschouwd, maar dat is het niet. Zit een beetje tussen de vos en de wolf in.”

Hardop vraag ik me af wat de komst van die soorten dan met de wolf zou doen. “Weet je,” antwoordt Cees lachend, “daar hebben ze ons echt niet voor nodig.” En zo is het ook. De natuur regelt het al eeuwen zelf. We mogen er met alle liefde en bewondering naar kijken; hoe het komt zoals het komt, gaat zoals het gaat. Het is vooral het vinden van een weg met ons mensen, met het leven dat wij tegenwoordig leiden en wensen, waardoor het soms verandert in een probleem.

Dreigt er gevaar als je als wandelaar een wolf tegenkomt? En hoe kreeg Cees het voor elkaar wolven in hun dagelijkse leven vast te leggen? Je leest er meer over in Toeractief 5-2022. En ben je nieuwsgierig naar Cees zijn film Wolf ? Deze is op dit moment te zien in filmtheaters in Nederland.

5/5 - (3 stemmen)

Bekijk ook...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *