Mossen, muggen en paddenstoelen

Bundelmycena (Mycena arcangeliana).
Bundelmycena (Mycena arcangeliana).

In het Voorsterbos in de Noordoostpolder groeien ruim achthonderd soorten paddenstoelen. Je vindt ze op boomstammen, tussen het mos of in modderige greppels. Ter gelegenheid van Nationale Paddenstoelendag liep Toeractief een dag mee met paddenstoelenonderzoeker Piet Bremer.

TEKST CORINE KOOLSTRA FOTO’S KLAAS VAN DER WAL/HENK BOUWHUIS/CORINE KOOLSTRA

Het Voorsterbos.

Voorsterbos in ’t kort

  • Waar: Noordoostpolder (FL), tussen Kraggenburg en Vollenhove
  • Wat: natuurgebied vol vochtige bossen en boomweides dat is aangemerkt als paddenstoelenreservaat
  • Flora: ruim achthonderd soorten paddenstoelen, waaronder vliegenzwam (Amanita muscaria), geweizwammetjes (Xylaria hypoxylon), amethistzwammen (Laccaria amethystina) en nieuwe soorten als de haagbeukrussula (Russula carpini). Ook veel varens en mossen, onder meer mannetjesvaren en veel geplooid laddermos
  • Fauna: raaf, vlinders, kikkers, padden, salamanders, libellen en reeën
Piet bij haagbeukrussula (Russula carpini) in een mostapijt van geplooid laddermos (Eurhynchium striatum).

In 1972 kwam Piet Bremer voor het eerst in het Voorsterbos. “Als tiener vond ik het overweldigend. Bij elke stap die ik zette, zag ik paddenstoelen. Zoiets had ik nog nooit gezien.” Het raakte hem. “Het ging in mijn DNA zitten, zoals dat gaat op die leeftijd. Sommigen sleutelen als hobby aan auto’s. Ik ontwikkelde een liefde voor de natuur, ging biologie studeren en deed in mijn vrije tijd onderzoek naar de paddenstoelen in het Voorsterbos”, vertelt Piet.

Bijna vijftig jaar later trekt hij nog steeds enkele keren per jaar het Voorsterbos in om de paddenstoelen te monitoren. “Alle paddenstoelen die hier groeien, zijn spontaan gekomen en er kunnen nog steeds nieuwe soorten opduiken. Zo werd een paar jaar geleden opeens de haagbeukrussula (Russula carpini) gezien. Voor het eerst in zeventig jaar. Wonderlijk toch?”
Paddenstoelen ontstaan alleen op een nieuwe plek als de wind hun sporen meeneemt, waaruit een mannelijke of vrouwelijke zwamvlok ontstaat, die dan samengroeit met een zwamvlok van het andere geslacht. Piet: “En dit op een plek die ook nog eens precies de juiste omstandigheden heeft voor die specifieke paddenstoelensoort. Als je daar de kansberekening op loslaat, snap je dat het heel bijzonder is als er ergens een nieuwe soort verschijnt. Overigens wel jammer dat iemand anders die haagbeukrussula destijds ontdekte. Ik heb hem hier zelf nog nooit gezien.”

Ga zelf op paddenstoelenjacht met de tips in Toeractief nummer 6

Spleetvezelkop (Inocybe rimosa) met zwerminktzwam (Coprinellus disseminatus).

 

Rate this post

Bekijk ook...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *