Het begint met een geluid, nog voordat je iets ziet. Boven een grijze polder klinkt een hoog, kakelend gegak. Dan verschijnt een lint van honderden ganzen aan de horizon, op weg naar een voedselrijk weiland. Ganzen kijken in Nederland doe je vooral in de winter, van november tot en met februari.
Vooral Friesland, Zeeland en het rivierengebied zijn populaire gebieden om overwinterende ganzen te zien. De beste kans op grote groepen heb je vroeg in de ochtend, wanneer de vogels vanaf hun slaapplaatsen op het water naar de graslanden vliegen.
Waarom komen er zoveel ganzen naar Nederland?
Nederland is een belangrijk overwinteringsgebied voor ganzen uit Noord- en Oost-Europa en het Arctische gebied. Volgens Sovon Vogelonderzoek Nederland verbleven er op het hoogtepunt van de winter ruim twee miljoen ganzen in ons land. De meeste broeden noordelijker, op de toendra’s en in gebieden rond de Oostzee. Zodra het daar kouder wordt, trekken ze naar Nederland, waar ze voedsel en geschikte rustplaatsen vinden.
Vooral de uitgestrekte graslanden maken Nederland aantrekkelijk. Ganzen eten veel gras en zoeken daarom voedselrijke weilanden waar ze in alle rust kunnen grazen. Tegelijkertijd hebben ze grote wateren nodig om veilig te overnachten. Meren en ondiepe waterplassen bieden bescherming tegen roofdieren en verstoring. Juist de combinatie van open grasland en water trekt in de winter grote groepen ganzen aan. Dat verklaart waarom je op de ene plek duizenden vogels bij elkaar ziet, terwijl een polder verderop vrijwel leeg lijkt. Ganzen verplaatsen zich voortdurend tussen hun slaapplaatsen en voedselgebieden en zoeken percelen waar voldoende te eten is.
Waar kun je ganzen kijken in Nederland?
De beste plekken om ganzen te kijken zijn open graslanden in de buurt van grote meren, rivieren en andere ondiepe wateren. In de winter verzamelen ganzen zich op plekken waar ze voldoende voedsel vinden en ‘s nachts veilig kunnen rusten.
Vooral drie regio’s zijn interessant voor ganzenliefhebbers:
- Friesland: de uitgestrekte weilanden en de meren in het zuidwesten van de provincie trekken grote aantallen ganzen aan. Ook kun je hier de kleine rietgans tegenkomen.
- Het rivierengebied: langs de grote rivieren liggen uiterwaarden en graslanden waar ganzen voedsel zoeken en rusten.
- Zeeland: de polders en waterrijke gebieden bieden overwinterende ganzen geschikte voedsel- en rustplaatsen.
- IJsselmeer: Gaast en de Steile Bank bij Oudemirdum kunnen volgens Vogelbescherming Nederland grote aantallen ganzen overnachten, soms naar schatting 50.000 tot 75.000 vogels.
Wanneer zie je de meeste ganzen?
De kolgans trekt volgens Vogelbescherming van begin oktober tot in maart door Nederland, maar de grote aantallen laten steeds langer op zich wachten. Sinds 2017 komen de meeste kolganzen pas ver na oktober aan, zag Sovon in de tellingen. De vogels maken tegenwoordig een langere tussenstop in het Oostzeegebied. Brandganzen die hier overwinteren, arriveren gewoonlijk pas in december en vertrekken in maart.
Plan je tocht daarom niet te vroeg. Een zonnige dag half oktober levert misschien een paar groepjes grauwe ganzen op, maar voor de echte massa’s ben je in de tweede helft van november en in december beter af. Het tijdstip op de dag telt minstens zo zwaar. Vogelbescherming beschrijft hoe de ganzen ‘s ochtends in de schemering massaal van hun slaapplek op het water naar de graslanden vliegen. Wie om half acht op de dijk staat, ziet meer dan wie om elf uur arriveert.
Welke ganzen kun je in Nederland zien?
Tijdens een winterse wandeling door de polder maak je vooral kans op grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen. Met een verrekijker kun je de soorten goed van elkaar onderscheiden.
Grauwe gans
De grauwe gans is een grote, grijsbruine gans met een forse oranje snavel en roze poten. In de vlucht vallen de grijze bovenvleugels op. De soort komt het hele jaar door in Nederland voor en broedt hier ook.
Kolgans
De kolgans is iets kleiner en herkenbaar aan de witte bles rond de snavelbasis en de zwarte dwarsstrepen op de buik. Jonge vogels hebben die buikstrepen nog niet of nauwelijks. De roep klinkt hoog en lachend. In de winter kunnen grote groepen kolganzen op Nederlandse graslanden neerstrijken. Kijk goed tussen de vogels: de verschillen tussen volwassen en jonge dieren zijn vaak duidelijk zichtbaar.
Brandgans
De brandgans herken je aan het witte gezicht, de zwarte hals en het grijze lichaam. De soort heeft een contrastrijk uiterlijk en is daardoor relatief gemakkelijk te herkennen. De roep klinkt kort en schel, bijna als een blaffend geluid.
Let ook op bijzondere soorten
Tussen grote groepen ganzen kun je soms minder algemene soorten ontdekken, zoals de toendrarietgans. Let op de vorm van de snavel, de kleur van de poten en de tekening van de kop. Door een groep rustig met je verrekijker te bekijken, ontdek je vaak meer dan wanneer je alleen naar het totale aantal vogels kijkt. Wil je meer leren over het herkennen van vogels? Lees dan ook ons artikel over vogels kijken.
Combineer ganzen kijken met een wandeling
Ganzen kijken is goed te combineren met een wandeling door een open polderlandschap. Vanaf een dijk of een rustig wandelpad heb je vaak een weids uitzicht over het water en de omliggende graslanden.Ook op Tholen kun je vogels observeren tijdens een wandeling. Bekijk bijvoorbeeld onze wandelroute bij de Scherpenissepolder op Tholen.
Met warme kleding, een verrekijker en wat geduld maak je van een winterse ochtend een mooie natuurervaring. En soms hoef je daarvoor niet eens ver te reizen: het geluid van een grote groep ganzen kan zomaar boven de polder bij jou in de buurt opduiken.



