Vreemde vakantiegewoonte

©-IMG_6906-Slovenie 2022

De vakantieperiode is achter de rug en opnieuw ben ik me te buiten gegaan aan een opmerkelijke gewoonte rond toiletgebouwen. Daarover straks meer. Dit jaar trok ik met het gezin op de fiets rond van camping naar camping. Bestemming: de omgeving van Nationaal Park Triglav in Slovenië.

Tekst en foto’s Mark Kras

Iedere ochtend trokken we na het gezamenlijk ontbijt met een groep van twintig mensen naar een volgende camping. De bagage lag in de vrachtwagen en werd door de kok en jeugdbegeleider/technisch ondersteuner vervoerd. Ondertussen werkten de twintig fietsers zich in het zweet op de meer en minder steile hellingen van de Sloveense Alpen.

Het is elke keer weer mooi om de top van een helling te bereiken.

Het onvolprezen toiletgebouw
Op de camping aangekomen, komen we bij het opmerkelijke. Namelijk het toiletgebouw. Daar haast ik mij meteen naartoe zodra ik van de fiets stap. Voordat u denkt: wat is daar nou bijzonder aan? Heeft u wel eens echt goed rondgekeken daar? Er komen namelijk onherroepelijk kleine natuurpareltjes af op de verlichting in het gebouw. Ieder jaar levert dat leuke vondsten op, maar dit jaar overtreft mijn stoutste verwachting.

Nonvlinder.

Een stevige rit leidt ons naar dorp Postojna. De camping ligt midden in een bosgebied waar we via een flinke klim door het dichter wordend loof- en dennenbos terechtkomen. Al zwoegend de helling op verheug ik me al op het toiletgebouw. Bij binnenkomst wijst een medereiziger me gelijk op de klapper van deze vakantie: ‘Moet je die enorme vlinder daar zien. Op de balk in het herendouche zit er nog een. Als boswachter weet jij vast welke soort dat is?”

Nu ken ik de ligusterpijlstaart, met zijn spanwijdte van maar liefst twaalf centimeter, als de grootste nachtvlinder van Nederland. Deze vlinder overtreft zelfs die twaalf centimeter. Nu werkt mijn favoriete app Obsidentify tegenwoordig in heel Europa. Met wat rekken en strekken kan ik een foto maken. Na wat malen van de app – de internetverbinding is hier vanzelfsprekend wat matig – komt het verlossende woord. Het is, met maar liefst 100% zekerheid, de Japanse zijdemot.

Hyena.

Hyena’s in het bos
Japanse zijdemot. Dat kan natuurlijk geen inheemse soort zijn. Hier moet ik meer van weten. Dat wordt een avondje googelen. Maar eerst aan de slag met mijn vaste gewoonte. Ik loop toilethokje in, toilethokje uit, doucheruimte in, doucheruimte uit. Tot slot loop ik de muren rond de wasbakken nog even na. Op zoek naar nachtvlinders en andere dieren die worden aangetrokken door de verlichting in het toiletgebouw.

Ik tref soorten als hyena’s, de zilveren groenuil, de nonvlinder en de donkere coronamot aan. Het is genieten van deze prachtige frêle wezens en hun bijzonder mooie namen. Namen die onherroepelijk allerlei associaties oproepen. Bijzonder zijn de hyena’s die hier in aanzienlijke getale aanwezig zijn. Het zijn ook in Nederland algemene nachtvlinders waarvan de rupsen geen vegetariër zijn maar andere rupsen eten. Een bijzonderheid die de opmerkelijke naam verklaart.

Japanse zijdemot.

Japanse zijdemot
Maar hoe zit het nu met die enorme, vijftien centimeter grote, Japanse zijdemot? Mijn zoektocht levert op dat de dieren gebruikt worden in de winning van zijde. De rupsen spinnen een cocon die bestaat uit de draad die de grondstof vormt voor de Tussah of wilde zijde. Afhankelijk van hoe diervriendelijk de zijde wordt geproduceerd, worden de rupsen en cocons gedroogd in de zon of krijgen de rupsen de kans om de cocons te verlaten voor de cocons gekookt worden om er zijde van te maken. De zijde is van hoge kwaliteit en wordt bijvoorbeeld gebruikt voor Indiase sari’s.

De Japanse zijdemot breidt zijn leefgebied uit richting Duitsland.

De vlinder is geïmporteerd voor de productie van zijde. Blijkbaar zijn er exemplaren ontsnapt en omdat de rupsen kunnen leven van het blad van eiken, beuken haagbeuken en kastanjes weten ze zich langzaam uit te breiden in Europa. Op dit moment wordt de Japanse zijdemot al gevonden in Oosterrijk, Italië en de Balkan en breidt zijn leefgebied zich uit richting Duitsland. De volgende ochtend vinden we wel vijf van deze reuzen in het toiletgebouw. Het flitst door me heen: wat zou de impact van deze invasieve exoot, dit ontsnapte agrarische huisdier, op onze Europese natuur zijn?

Genieten van een vreemde gewoonte
Op een of andere manier word ik dan toch weer rustig als ik zie dat we die ochtend veel meer hyena’s vinden. Een speciale bonus van mijn vreemde gewoonte is dat dankzij de enorme zijdemot mijn reisgenoten zich gedurende de rest van de vakantie vaker afvragen met welke wezens zij het prachtige gebied van de Nationaal Park Triglav en haar omgeving delen. En wie weet wordt de Obsidentfiy app nu ook een van hun favoriete apps en een poort naar de wondere soorten met wie we onze wereld delen.

TIP
Zelf aan de slag met Obsidentify. Download de app hier

 

Rate this post

Bekijk ook...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.